Parasha van de Week

Onder de tabs in de rechterkolom vindt u eerder verschenen overdenkingen, verdeeld over de vijf boeken van de Tora.


Parasja Haäzinoe

De laatste zegening 

door dr. Pinchas H. Peli

Devariem/Deuteronomium 32:1 - 52 

De laatste daad van Mozes vóór zijn dood is de zegening van het volk.

‘En dit is de zegening waarmee Mozes, de man van God de kinderen van Israël vóór zijn dood zegende’ (Deut. 33,1). Daarop volgt een poëtische toespraak waarin Mozes zicht richt tot de Israëlieten als geheel en tot elke stam in het bijzonder.

Vele epitheta en titels werden aan Mozes toegekend in de loop van zijn lange carrière. Nu, kort vóór zijn dood, wordt hij voor de laatste keer betiteld als ‘ish ha-‘elohim, man van God. Ik geloof dat hij zo werd genoemd, niet zozeer om uitdrukkking te geven aan zijn relatie met de Almachtige, maar veeleer om te onderlijnen dat hij, ook nu, “mens” (‘ish) bleef. Dichter bij de Almachtige dan ooit tevoren en op het punt om deze aardse wereld te verlaten en de eeuwige te omhelzen, concentreerde Mozes zich niet op zichzelf, zijn leven in overweging nemend in voorbereiding op de ontmoeting met zijn Maker. Ook op dit ogenblik gaat zijn aandacht uit naar de kinderen van Israël, die hij zegent. Van goddelijkheid doordrongen, blijft hij niettemin tot zijn laatste ademtocht een mens onder mensen, een menselijk wezen met de kostbare kwaliteit die het Yiddisch op onvertaalbare wijze weergeeft als a mentsch.

In zijn zegening neemt Mozes (net als zijn voorvader Jakob vóór zijn dood) niet allen tezamen. De zegeningen zijn integendeel afgestemd op ieder van de stammen afzonderlijk en hebben betrekking op hun particuliere geschiedenis en karakteristieken.

Wanneer hij de zegening beëindigt, gaat Mozes naar de top van de berg Nevo om een laatste blik te werpen op het land waaraan hij zijn leven had gewijd. Naar dit land had hij zijn volk geleid. Hijzelf zou het niet kunnen betreden. Tora vertelt ons niet wat Mozes’ reactie was toen hij het Land van verre zag. Hield hij van wat hij zag?  Was hij tevreden over deze blik op het Land in vogelvlucht? Was hij bitter gestemd omdat hij er zelf niet heen kon gaan? Hieromtrent vernemen we geen woord, zodat we het antwoord op al deze vragen nooit te weten zullen komen. Blijkbaar bleef Mozes sprakeloos, opgeslorpt door het zicht van het Land. Alles wat we weten is dat de Almachtige, die hem als “gids” diende op dat moment, geen deel selecteerde om interessante plaatsen te laten zien. Hij toonde Mozes het hele land: ‘Gil’ad tot Dan en heel Naphtali en het gebied van Ephraïm en Menashe, het gebied van Yehoeda tot de zee in het westen, de Negev, de Jordaanstreek, de vallei van Jericho, de palmenstad, tot Tso’ar toe’(Deut. 34, 1-3). Welk een intensieve uitstap! Nu het hele land in Mozes’ geest gegrifd was, kon hij in vrede sterven.

‘En Mozes, de dienaar van de Almachtige, stierf daar in het land van Mo’av, volgens het woord (‘al pi, letterlijk door de mond) van de Almachtige’ (vers 5). De rabbijnen verklaarden (met Rashi) dat Mozes stierf door de goddelijke zoen, mitat neshika. De goddelijke zoen die Mozes’ dood pijnloos en vredevol maakte, was het zicht van ‘Erèts Yisraeel welke op dat moment voor zijn ogen zweefde.

Mozes was niet de enige joodse leider die naar zijn eeuwige rust ging met de herinnering aan en de aanwezigheid van het Heilige Land. Er is een oud gebruik dat door vele joden in choets la-‘arèts, buiten Israël, gevolgd wordt om een zakje aarde uit het Heilige Land klaar te hebben, dat over de ogen gespreid kan worden onmiddellijk nadat de laatste adem naar de Maker is teruggekeerd.

Het zicht en de landschappen van Érèts Yisraeel vergezelden joden tijdens hun leven en in hun dood, zelfs wanneer ze buiten het Land waren. Het landschap van het Heilige Land in de vorm van een schilderij of borduursel was in het joodse huis steeds een gewenste versiering. Sommigen laten zelfs een lege plek op de muur als voortdurende herinnering aan Jeruzalem, dat pijnlijk gemist en met liefde herinnerd wordt.

Na dertig dagen rouw (Deut. 34,8) (dit is de bron van shloshiem, dertig dagen van rouwen in de joodse traditie) wordt Yehoshoe’a de leider, die de grote opdrachten zal uitvoeren welke thans voor het volk liggen: het veroveren en beërven van het Land.

Tora getuigt dat de nieuwe leider ‘Yehoshoe’a, de zoon van Noen, vol was met de geest van wijsheid’ (vers 9) en bereid om de verantwoordelijke taak op zich te nemen. Zijn wijsheid kwam wellicht voornamelijk tot uitdrukking in de volgende constatering: ‘en er stond in Israël geen profeet meer op als Mozes’. Yehoshoe’a realiseerde zich in zijn wijsheid dat, al nam hij de taak over van Mozes, hij nooit zou zijn zoals hem.

Een groot wonder was dat ‘de kinderen van Israël luisterden’ naar Yehoshoe’a. Er waren er die klaagden en Yehoshoe’a minder belangrijk achtten dan Mozes. Bij vergelijking leek de een op de zon, de ander op de maan. Niettemin ‘luisterden de kinderen van Israël’. Zij begrepen dat Mozes niet langer meer bij hen was en dat het niet fair en niet realistisch is om de hedendaagse leiders te vergelijken met de reuzen van het verleden.

Yehoshoe’a moest er ook aan herinnerd worden dat hij niet moest zijn zoals Mozes: hij moest enkel zichzelf zijn. Daarom begint zijn eigen boek in de Bijbel met de Almachtige die zich tot Yehoshoe’a richt met de woorden: ‘Mijn dienaar Mozes is dood’ (Yeh. 1,2). Wist Yehoshoe’a dit dan niet? Natuurlijk wist hij dat, maar hij moest zich bewust worden van het feit dat men niet kan teruggaan naar het verleden en dat men niet moet terug verlangen naar het leiderschap van Mozes. Mozes is dood en ‘nu is het aan u om de Jordaan over te steken, gij en heel dit volk, naar het Land dat Ik aan hen, de kinderen van Israël geef’.

Wilt u reageren op dit verhaal? Graag! Klik hier.