Parasha van de Week

Onder de tabs in de rechterkolom vindt u eerder verschenen overdenkingen, verdeeld over de vijf boeken van de Tora.


Parasja Teroema 

Een jongen en een meisje     

Sjemot / Exodus 25 - 27:20 

door Rob Cassuto

In dit bijbelstuk krijgt Mosjee opdracht om aan het volk te zeggen, dat het gaven moet geven, allerlei kostbaarheden, ieder zoals zijn hart hem ingeeft. Van deze gaven zal een heiligdom gemaakt worden; verder wordt in deze parasja beschreven hoe de te vervaardigen heilige arke, ha-aron ha-kodesj, de rituele objecten en verder de tent der samenkomsten, de miesjkan, eruit moeten gaan zien. Dit alles volgens de modellen zoals aan Mosjee op de berg getoond.
In groot detail worden uiterlijk, soorten materialen en afmetingen bladzijden lang beschreven.

De miesjkan

Heeft de Eeuwige een heiligdom nodig?

De commentatoren komen meestal op dit antwoord: niet God heeft een heiligdom nodig maar de mensen, de benee Jisrael, hebben het nodig om voortdurend herinnerd te worden aan Gods aanwezigheid. 

Umberto Cassuto signaleert in zijn commentaar op Exodus, dat deze passages niet voor niets vlak na de passages over de sluiting van het verbond op Sinaj komen. Door een zichtbaar en schoon vormgegeven heiligdom, dat midden in het kampement komt te staan, wordt het volk steeds herinnerd aan deze openbaring en aan Zijn voortdurende nabijheid. En de gedetailleerde beschrijving van de Heilige Woning benadrukt deze strekking nog eens in schrift. Dat is ook het hoofddoel van deze beschrijvingen, aldus Cassuto.

Martin Buber (1) ziet het - in de lijn van Maimonides - vanuit de intentie van Mosjee: in zijn wijsheid als leider van zijn volk heeft hij hier een oplossing gevonden voor het verlangen van de massa naar een zichtbare aanwezigheid van een God, die in principe niet zichtbaar is en hij heeft daarvoor oude al bestaande elementen samengevoegd tot een nieuw symbool: de ark, het object, dat de presentie van de onzichtbare leider voor het volk tot uitdrukking brengt en waarborgt, of anders gezegd: dat zijn steeds hernieuwd komen, verschijnen, present worden en meegaan tot uitdrukking brengt. Een immanent object dat verwijst naar de transcendentie. Die presentie is volgens Buber geen abstract concept, maar een existentiële ervaring, die wij als mogelijkheid in relatie met anderen en de natuur in principe kunnen realiseren.

Een jongen en een meisje

De twee cheroeviem zijn niet nader beschreven. Wat wel uitdrukkelijk in de Tora is voorgeschreven, dat zij vleugels moesten hebben, die wijd uitgespreid beschermend de ark overhuifden. De semiticus Umberto Cassuto vermeldt dat in die tijd in het Midden-Oosten gevleugelde figuren, al dan niet viervoetig en al dan niet dierelementen bevattend van arend, os of leeuw, als attribuut van de godheid veel voorkwamen. (zie b.v. ook Jechezkel 10:14, iedere cherub had vier gezichten: bij de eerste was het gezicht van een cherub te zien en bij de tweede dat van een mens, bij de derde de muil van een leeuw en bij de vierde de bek van een adelaar.)

De uitgespreide vleugels vormen als het ware de verwijzing naar de troon van de Eeuwige, die verder – in tegenstelling tot de godheden van de omringende volkeren – onzichtbaar is. Wel is de ruimte boven het deksel, tussen de cheroeviem, de plek, waar de Eeuwige met Mosjee zal spreken. (25:22)

Van oudsher wil de traditie dat de cheroeviem gevleugelde jeugdige mensen of kinderen zouden zijn. Zo zijn ze ook in de schilderkunst van Middeleeuwen en Renaissance en daarna afgebeeld, als mollige peuters of jongelingen die het zwerk bevolken. Het zijn een soort van engelen zoals ook Rabbenoe Bachya (Rabbi Bachya ben Asher, 1255 - 1340)  vertelt in zijn commentaar (2) ad hoc. Er staat sjnajim cheroeviem en niet - wat je zou verwachten - het possessivum ‘sjnee’, dus sjnee cheroeviem. Dat duidt erop, alsus rabbenoe Bachya, dat er sprake was van twee onderscheiden individuen, en wel een jongen en een meisje. Ze waren afgebeeld alsof ze op het punt stonden elkaar te omarmen. Dat mag niet zo verstaan worden, dat ze dat ook werkelijk zouden willen doen. Wel is het een metafoor voor de rechtstreekse liefde van God voor Israël, die zoals een man en vrouw voor hun liefde geen middelaar nodig hebben, aldus de middeleeuwse geleerde met een duidelijke verwijzing naar het christendom.

Beide cheroeviem waren gemaakt van goud. Dat symboliseert, dat beide ontvangers waren van de attributen Liefde en Rechtvaardigheid. Ze waren gebouwd uit een enkel stuk wat verwijst naar de onderliggende eenheid van deze attributen. Ze waren mannelijk en vrouwelijk, om te leren dat de twee geslachten respectievelijk de initiërende kracht (masjpija) en de responsieve kracht (moesjpa) vertegenwoordigen, zo legt de oude wijze uit.

Dat een enkele controversiële moderne rabbijn (3) de cherubs gelijkstelt aan Yin en Yang, resp. Shiva en Shakti is interessant. Dat hij de afbeelding van de cheroeviem beschrijft als een tantrische seksuele omarming is - denk ik - net een brug te ver.

noten
(1) Martin Buber in zijn boek over Mozes
(2) Rabbenu Bachya op Sefaria.org
(3) Marc Gafni

Wilt u reageren op dit commentaar? Graag! Klik hier.