Parasha van de Week

Onder de tabs in de rechterkolom vindt u eerder verschenen overdenkingen, verdeeld over de vijf boeken van de Tora.


Parasja Wajigasj

Levens redden

door Rob Cassuto

Beresjiet/Genesis 44:18 - 47:27  

In de parasja Wajigasj (Hij naderde) vindt dan eindelijk de verzoening plaats tussen Joseef en zijn broers. De machtige onderkoning eist als sanctie op de zogenaamde diefstal door Binjamien van een kostbare bokaal (zie vorige parasja) de jongen als slaaf op; benieuwd is de nog niet als zodanig herkende Joseef over wat de reactie van de broers zal zijn. Jehoeda neemt het woord. In een lang betoog om Binjamien vrij te pleiten bespeelt hij alle snaren van Joseefs gemoed, als hij de vader Jaäkov beschrijft als een wanhopige oude man, die ooit de oudste zoon van zijn geliefde Rachel heeft verloren en nu ook de jongste lievelingszoon, het enige wat hem nog aan het leven bindt, niet zal terugzien; de grijsaard zal dan prompt van verdriet sterven. Jehoeda smeekt om hèm als slaaf te houden en Binjamien te laten gaan. Als de man zich zo laat kennen als redder en beschermer van de jonge knaap en als ook de andere broeders Binjamien niet laten vallen - zoals ze ooit met hem, Joseef, hebben gedaan -  maakt de machtige gezagsdrager een eind aan de beproeving; hij laat de tranen eindelijk gaan en maakt zich bekend als hun doodgewaande broeder Joseef;  De broeders zijn eerst verbijsterd en bang, maar de onderkoning stapt als het ware van zijn troon af en laat de geschrokken schare dichtbij hem komen. Hij bezweert hen niet bang of boos te zijn. Met zoveel woorden vergeeft hij de mannen hun schuld – maak jezelf niet langer verwijten, zegt hij. Hoe kan Joseef deze stap maken en komen tot vergeving, waar vroeger in die tijd wraak en vete gebruik was, een stap die Rabbijn Jonathan Sacks aanmerkt als een revolutionaire stap in de morele ontwikkeling van de mensheid? (1)
Er zijn twee belangrijke factoren aan te wijzen:

De broeders hebben spijt gevoeld over hun aan Joseef begane misdaad en daar ook in woorden uiting aan gegeven, woorden die Joseef ook heeft gehoord, zoals we in de vorige parasja hebben gelezen. Nu heeft Jehoeda ook het bewijs geleverd, dat hij in een vergelijkbare omstandigheid niet heeft gehandeld als vroeger. Deze keer heeft hij zijn jongste broer Benjamin niet als het ware verkocht, maar juist beschermd tegen mogelijke slavernij en tegelijk heeft hij daarmee gepoogd zijn vader Ja’akov het onnoemelijk leed van het verlies van weer een zoon van Rachel te besparen. In feite zijn de klassieke voorwaarden van boete en berouw, zoals de rabbijnen die hebben geformuleerd vervuld avant la lettre (2). Joseef heeft het bewijs geleverd gekregen, dat zijn broeders werkelijk ommekeer hebben gedaan.

Toch moet er nog iets anders hebben gespeeld, waardoor Joseef zijn bitterheid, wrok of zijn verlangen naar vergelding kon opgeven. We vinden een aanwijzing in de pasoek 45: 5: ‘Maar nu, wees niet bedroefd en laat jullie ogen niet in toorn ontvlammen omdat jullie mij hiernaartoe hebben verkocht, want God heeft mij vóór jullie uit gezonden tot behoud van jullie leven’ nog eens benadrukt in pasoek 7: ‘God heeft mij vóór jullie uit gezonden, om voor jullie een verblijf veilig te stellen op aarde, en jullie door een grote uitredding in leven te houden’. Joseef werd gedragen door het openbarende inzicht dat hij het instrument was van een Goddelijke hand. Had hij dat verkeerd? Hoe kunnen we dat in ons hedendaags denken rijmen?

Het idee van een God, die volgens een bepaald plan ingrijpt, straft en beloont, die als het ware optreedt als een (moeilijk of niet te doorgronden) regisseur, is door de meeste moderne denkers verlaten, met als voorloper Baruch Spinoza. Vele (existentialistische) denkers zien de menselijke positie als eenzaam in de kosmos en opgezadeld met de uitdaging er ondanks alles het beste van te maken. De mens moet zijn eigen levensontwerp maken (Sartre), enige vooraf gegeven zin is in de schepping niet ingebouwd. Moedig en opstandig bepaalt hij zijn eigen lot (Camus).   Sterk wordt de nadruk gelegd op de verantwoordelijkheid voor het eigen leven en de vrijheid om vorm te geven aan dat leven, dat in grote mate maakbaar is. Een superviserende Voorzienigheid is toch niet meer nodig?   

Maar zoals ik het zie kunnen in het beste van het Joods gedachtegoed paradoxen heel goed geduld worden, o.a. de paradox, dat er als het ware twee bestaanswijzen naast elkaar kunnen bestaan, twee lagen van bewustzijn, waarin de wereld en het menselijk bestaan gepercipieerd en onderzocht kunnen worden (3) 

De eerste laag is de laag van het contingente en concrete gebeuren in de wereld, waarin de mens tot op grote hoogte de vrije wil ervaart om binnen gegeven voorwaarden beslissingen te nemen en zijn leven en omgeving vorm te geven. Het is goed mogelijk om in deze laag te leven zonder idee van voorzienigheid of vooraf ingebouwde zin. De wetenschap is de meest rationele uitbouw van deze bestaanswijze. 
In die sfeer kan Joseef gezien worden als een schoolvoorbeeld van iemand die er het beste van heeft gemaakt. Hij heeft verantwoordelijkheid genomen voor zijn lot. Hij had een helder verstand, een prima intuïtie, een vermogen om te schouwen en dromen in hun essentie te begrijpen. Die gaven heeft hij uitstekend gebruikt. De misdaad die zijn broers aan hem gepleegd hadden heeft hem uitgedaagd zijn talenten tot het uiterste uit te buiten. De hele reeks gebeurtenissen rond Joseef kan prima worden geduid als bepaald door de acties van een man, die verantwoordelijkheid neemt, zelfvertrouwen heeft en vastbesloten is. Zò is hij opgeklommen uit het dal naar de top, misschien een beetje geholpen door gelukkig toeval. Van krantenjongen tot miljonair.

In de grond is de mens daar toch niet tevreden mee. De diepste drive van de mens is het zoeken van betekenis in zijn leven, zeggen vele denkers, zoals Victor Frankl (4). Vanuit een hogere of diepere laag kan in de zoekende mens een gewaarheid opwellen of een vermoeden van een verder liggende bestemming. Wat je kan doen is je daarvoor trachten open te stellen en proberen te zien of te horen wat de weg is die wordt aangeboden vanuit een andere dan de vertrouwde dimensie. In die termen is de kwaliteit van Joseef geweest om in de nood van het moment open te staan voor de mogelijkheden om de meest ellendige situatie te plaatsen het licht van een betekenis. Die kwaliteit moet hem in al zijn ontberingen hebben geleid.  Een dergelijke openstelling gaf hem, maar geeft ook ons, de kans, dat vanuit een verborgen dimensie (God, zo ervaarde Joseef het, God als de bron, waaruit betekenis kan worden geput, maar je mag het ook ongenoemd laten) de weg wordt geopenbaard die nu eenmaal te gaan is. Dat inzicht over hoe dat bij hem inwerkte moet bij Joseef ten volle ingedaald zijn, toen hij zijn broeders na ruim twintig jaar weer voor zich zag. Je zou ook kunnen zeggen, dat Joseef de situatie met zijn broers in een wijder frame kon plaatsen, waardoor hij boven de voor de hand liggende behoefte tot retributie de ware zin of bestemming van zijn leven kon zien oplichten. Het idee, dat zijn leven een verborgen, maar een zich steeds iets meer openbarende zin had, moet hem door alle tegenslagen die hij had ondervonden hebben voortgedragen.

De missie van Joseefs leven bleek een heel fundamentele: levens te redden.
In de eerste plaats ging het om het leven van zijn vader, de broeders, hun kinderen en hun have en goed, kortom om het voortbestaan van Israël en de voortduring van zijn bestemming in dit ondermaanse.
In de tweede plaats ging het om de levens van een hele natie van niet-Israëlieten, gojiem zou je kunnen zeggen, de Egyptenaren. Door koren in de jaren van welvaart op te slaan en dit in de jaren van tegenslag met een straf en streng beleid te beheren en te verkopen, redde hij duizenden mensen van de hongerdood.
Zo was Joseef niet alleen de behoeder van Israël, maar ook al een voorbode en voorbeeld van hoe Israël een licht kan zijn voor alle volken (Jesaja 42:6,7) (5)

noten
(1) Zie http://www.rabbisacks.org/birth-forgiveness-vayigash-5775/ , zijn diepzinnig en zeer lezenswaardig commentaar op Wajigasj, waaraan ik een en ander heb ontleend.
(2) Zie bv Mozes Maimonides, Twee ethische tractaten, de Regels van Gedrag en de Regels van Boete en Berouw, vertaald en ingeleid door dr. A vd Heide, Meinema, 1992.
(3) Verwante opvatting kwam ik tegen in Andreas Burnier, Ruiter in de Wolken, uitgeverij Augustus, 1955, p. 275 ev. 
(4) Victor E. Frankl, Man’s search for meaning, 1959, 2006, Beacon Press.
(5) Niet ten onrechte wordt Joseef door de rabbijnen het schoolvoorbeeld van een tsadiek genoemd, een rechtvaardige. Hij had de optimale balans in zijn karakter bereikt. In de denkwereld van de Kabbala met zijn energetische principes van de sefirot had hij de hartstocht van eros (de sefira netsach) getemd door de verleidingen van de vrouw van Potifar te weerstaan met de kracht van de beheersing (de sefira Hod), hij had de compassie met de levens van de Egyptenaren (de sefira chesed) met verstand weten te operationaliseren in een efficiënt systeem van voedseluitdeling (de sefira Gevoera) en zo wordt hij geassocieerd met de sefira Jesod, fundament.

 

Wilt u reageren op dit commentaar? Graag! Klik hier.