Parasha van de Week

Onder de tabs in de rechterkolom vindt u eerder verschenen overdenkingen, verdeeld over de vijf boeken van de Tora.


Parasja Sjelach Lecha 

Alternatieve feiten 

door Rob Cassuto

Bemidbar/Numeri  13:1-15:41

Na de dood van Mirjam breken de Israëlieten hun kamp op en trekken verder. Met goedkeuring van de Eeuwige gebood Mosjee het land Kenaän te verkennen, aan de grens waarvan zij na twee jaren zwerftocht door de woestijn waren aangeland. ‘Sjelach Lecha’ wordt vaak letterlijk vertaald met ‘zend voor jezelf’ (Dasberg, vertaling Chabad.org). Dat ‘voor jezelf’ duidt erop, dat het geen oorspronkelijk idee van de Eeuwige is om te verkennen, maar meer een hemels fiat achteraf van een menselijk verlangen, aldus de midrasj (1). De versie van het verhaal in Devariem 1:22 , als Mosjee terugblikt op deze gebeurtenis, bevestigt dat: het is een idee, dat de mannen uit het volk aan Mosjee hebben opdrongen. De leidsman gaf er aan toe en wees een groep van twaalf uitgelezen mannen aan, een uit iedere stam. De rabbijnse uitleggers neigen ertoe, dat deze verkenning niet had gehoeven in de ogen van de Almachtige, die immers vooral een beroep deed op het rotsvast vertrouwen van zijn volk in Zijn bescherming. Toch is het begrijpelijk, dat op rationeel menselijk niveau men graag vooraf informatie wilde krijgen over het land; is het inderdaad mooi en vruchtbaar en wat zijn de strategische mogelijkheden voor een succesvolle invasie?

In wat er vervolgens gebeurt zijn drie fasen te onderscheiden. De eerste is de opdracht van Mosjee: rapporteer hoeveel mensen er wonen, zijn ze sterk of zwak, is het land goed of slecht, wonen de mensen in open dorpen of in versterkte steden, is de grond vet of arm, zijn er bomen,  neem wat vruchten van het land mee. Wees moedig. Een duidelijk omschreven instructie. Het gezantschap vertrekt en reist van zuid tot noord veertig dagen rond.

De tweede fase speelt zich af bij de terugkomst van de twaalf mannen. Ze geven ten overstaan van Mosjee en het volk een zakelijk verslag van wat ze hebben aangetroffen. Inderdaad vloeit het land over van melk en honing, en getoond worden de meegebrachte vruchten. De steden zijn versterkt en groot. De bevolking maakt een krachtige indruk en een overzicht wordt gegeven van de etnische groeperingen. Het is duidelijk, dat een moeilijke onderneming voor de deur staat.

Een logische stap zou nu zijn om al deze gegevens op een rij te zetten en een strategie te bepalen; misschien zou een bepaalde tactiek van de militaire underdog toch succes hebben. Misschien zou enig uitstel wat adem geven voor het opschalen van de krijgskunst.

Maar dat gebeurt niet, want in het schijnbaar objectieve verslag is toch een adder verborgen. Dat zit hem in het woordje èfès-ki , dat in vers 28 ‘echter’ betekent (in modern Ivrit betekent èfès ook: nul),: ‘Het volk echter … is sterk etc’.  (2) Dat zet een sombere ondertoon in en de omstanders  voelen dit haarfijn aan, want kennelijk ontstaat er grote onrust onder hen, wat Kalev  ertoe brengt om de gemeente kalmerend toe te spreken; hij en Jehosjoea geloven er nog heilig in, maar de menigte zakt de moed in de sandalen. De andere tien mannen van het gezantschap bekennen het nu openlijk: we redden het niet, die volken in het beloofde land zijn sterker dan wij. Er zou nu nog een beraad tussen de partijen kunnen volgen over pro’s en contra’s, een heftig maar realistisch debat,  maar zover komt het niet.

Er breekt een derde fase aan, waarin emoties van angst en woede het heldere zicht gaan verduisteren.  De tien mannen gaan de tenten van het kamp rond en verspreiden laster en kletspraat. Ze stoken het vuurtje op. Rijzige bewoners van Kenaän worden reuzen, het land is opeens een land dat zijn bewoners opeet en de Israëlieten zijn machteloos als sprinkhanen (13:32). De harde feiten worden verdraaid, opgeblazen, uit hun verband gerukt. We zouden tegenwoordig spreken van desinformatie of ‘alternative facts’ . Angst maakt alles buiten ons groter en binnen ons kleiner. De angst heeft de tien mannen te pakken en ze besmetten met hun negatieve propaganda de massa van het volk als met een besmettelijke ziekte. Het leidt tot rebellie tegen Mosjee en Aharon, tot een amper door Mosjee afgewende afschrijving van Israël door de Eeuwige, tot een onbezonnen en verloren veldslag tegen de Amalekieten en tenslotte tot het achtendertigjarig uitstel van de entree in het beloofde land.

We zien hier zich een proces afspelen, dat door vele psychologen en sociologen  is beschreven (3) . Het is een bekend verschijnsel: de massa is enorm suggestibel. Soms pakt dat uit in de richting van nobele doelen, waar de massa zich met het vege lijf voor inzet, maar vaker vinden alternatieve feiten en leugens een welkome voedingsbodem in de menigte, wat leidt tot opgewonden meutes, waarin ook de meer verstandige zijn kritische vermogens verliest en wordt meegesleept in een neerwaartse roes op weg naar destructie van beschaving en eliminatie van vermeende zondebokken. Verschijnselen van alle tijden, die we ook nu nog steeds in onszelf kunnen bespeuren en om ons heen zich zien afspelen. Sinds kort (historisch gezien) is daar een nieuwe speelruimte bijgekomen: het internet, waar nieuwe massavorming zich adembenemend afspeelt.
 
Even terug naar de parasja. Het belangrijkste euvel, dat de Israëlieten wordt voorgeworpen is hun gebrek aan geloof en vertrouwen, hetgeen uiteindelijk leidt tot de achtendertigjarige verlenging van hun woestijnzwerftocht. Het valt mij op hoe in deze parasja dit verval van geloof en vertrouwen  gepaard gaat met een parallel  loslaten van een rationeel nadenken en het prijsgeven van een moedige analyse van de problemen en hun mogelijke oplossingen. Het lijkt er sterk op dat een stevig spiritueel geloof een kalme analyse van de contingente feiten niet uitsluit en zelfs nodig heeft en omgekeerd het effect van een kalme analyse van de feiten en hun mogelijkheden duizendvoudig wordt versterkt door een sterk geloof in idealen, zinvolheid, bestemming, het goede of God, zo je wil. Het zijn twee handen van één lichaam.

Noten
(1) Rasji ad loc.
(2) Nechama Leibowitz, Studies in Bamidbar, p. 139
(3) Bijv. Sigmund Freud, Massenpsychologie; Ortega Y Gasset, Opstand der Horden; Elias Canetti, Massa en Macht

Wilt u reageren op dit commentaar? Graag! Klik hier.