Parasha van de Week

Onder de tabs in de rechterkolom vindt u eerder verschenen overdenkingen, verdeeld over de vijf boeken van de Tora.


Parasja Bemidbar

In de woestijn: het joodse dromen

door rabbijn Fred Morgan*)

Bemidbar/Numeri 1:1 - 4:20

Voor iemand die uit Groot-Brittannië komt, lijkt Australië op een leeg land, een wildernis. Het merendeel van de Australische bevolking woont binnen niet meer dan 100 kilometer langs de kust. In verschillende plaatsen begint 100 kilometer verder landinwaarts het enorme gebied waar nauwelijks mensen wonen. Iemand kan hier een dag lang doorheen rijden zonder een ander mens tegen te komen, behalve op pleisterplaatsen waar benzine, een kop koffie en eerste levensbehoeften verkocht worden. In bepaalde achteraf gelegen streken vindt je zelfs deze rustplaatsen niet en is er alleen een eindeloze wildernis, gemarkeerd door harde rode aardlagen te midden van de oudste heuvels en steilste rotsmassa’s op aarde.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat toen de eerste blanke pioniers vanuit Groot-Brittannië en andere landen aan het einde van de 18e eeuw in Australië aankwamen, zij het land voor onbewoond aanzagen. Zij noemde het terra nullius, een land zonder mensen, leeg, dat zo ingenomen kon worden. Zij stichtten er nederzettingen die later uitgroeiden tot kosmopolitische steden zoals Sydney en Melbourne en enorme veebedrijven, even groot als sommige Europese landen.

Maar het land was niet leeg. Talrijke inheemse stammen die honderden talen spraken woonden er, nomaden die de jaargetijden volgden en rondtrokken en genoten van hun rijke cultuur die zij baseerden op iets genaamd “het dromen.” Het was de wildernis van Australië, deze oneindig lijkende vlaktes van open ruimte en de hypnotiserende kwaliteit van het land, die de groeigrond was van het dromen van het Aboriginal volk: de Koori naties.

In het boek Bemidbar kunnen we veel van hetzelfde zien. Hier was het de Sinaiwoestijn die de achtergrond vormde voor de ervaring van het joodse volk tijdens de tocht van 38 jaar van de berg Sinaï naar de berg Nevo. Het boek Bemidbar, Numeri, vertelt ons over het dromen van het joodse volk.

Er zijn een paar opvallende overeenkomsten tussen het joodse volk en de Aboriginals van Australië. Twee springen er uit. De eerste is historisch: beide zijn slachtoffer geweest van onderdrukking. Dit werd onderkend door de joodse advocaat Ron Castan z.l., die een leidende rol speelde in de strijd van de Aboriginals voor landrechten. Toen men hem vroeg waar zijn grote bewogenheid voor deze zaak vandaan kwam, verklaarde Castan dat de ervaring van zijn familie tijdens de Sjoa hem er toe gebracht had het racisme in zijn geadopteerde land te bestrijden en voor de rechten van de Aboriginals op te komen. Omgekeerd is het opvallend dat de enige groep in Australië die destijds tegen de wandaden van de Reichspogrom (“Kristallnacht”) op 9 november 1938 protesteerde een groep Aboriginal activisten was, onder leiding van een man genaamd William Cooper. Het verhaal van William Cooper kwam pas het afgelopen decennium aan het licht; het was tot dan toe vrijwel verborgen gebleven in een klein onopvallend bericht in de lokale Argus krant van december 1938.

De tweede overeenkomst tussen de twee volken is theologisch: beide zijn hecht verbonden aan het land, de bron van hun dromen. Voor het Aboriginal volk is dit Australië; voor Joden is dit Israël.

Maar er is een verschil tussen het dromen van de Aboriginal en het joodse dromen. Het verschil tussen beiden bepaalt ook het verschil tussen het joodse volk en andere volkeren, die ook door de wildernis getrokken zijn.

Het Aboriginal dromen gaat over een fysiek gebied. Het maakt deel uit van een anoniem landschap. Het stelt de stam in staat zich te vestigen en zijn weg te vinden in een land dat voor het oningewijde oog saai en kleurloos lijkt. Hierdoor wordt zowel het land zelf als ook de mensen die er doorheen trekken en daar hun levensonderhoud vinden onveranderlijk en tijdloos.

Het joodse dromen echter betreft een moreel gebied, een gebied van het hart en de geest. Het bepaalt patronen van gedrag, die hun kracht ontlenen aan de mogelijkheid te veranderen. Het kijkt vooruit, van overleven naar verlossing, naar een moreel temmen en optuigen van de wildernis. Het joodse dromen is geen dromen van [terugkeer naar] het verleden, hoewel de herinneringen een bron zijn van het visioen van de toekomst. Het joodse dromen ziet de wildernis niet zoals die is, maar zoals die zou kunnen worden, een ander soort wereld, een landschap dat vergeeft en ruimte biedt aan alle mensen en volkeren. Het joodse dromen is geen landkaart, maar een visioen - een visioen van een land waarin rechtvaardigheid en barmhartigheid in balans zijn, waarin de ruwheid van de natuur verzacht wordt door de liefde van God en dit alles weerspiegeld wordt in de daden van degenen, die in het evenbeeld van God werden geschapen.

Dit is het dromen dat uitgebeeld wordt in het boek Bemidbar en dat de ruwe, hypnotische wildernis die het boek zijn titel geeft, beschaafd maakt.

*)

Fred Morgan is rabbijn in Melbourne, Australië.

Wilt u reageren op dit commentaar? Graag! Klik hier.