Parasha van de Week

Onder de tabs in de rechterkolom vindt u eerder verschenen overdenkingen, verdeeld over de vijf boeken van de Tora.


Parasja Sjoftiem

Koningen en profeten

door Rob Cassuto

Devariem / Deuteronomium 16:18 - 21:9 

In deze parasja worden belangrijke elementen geleverd voor de ordening van de maatschappij van de in Kenaän binnengetrokken stammen van Israël. Onder veel meer (1) zijn verordeningen over het koningschap gegeven.
Dev/Deut 17:14: ‘Wanneer u in het land komt dat de Eeuwige, uw God, u geeft, en u dat in bezit neemt en erin woont, en u dan zegt: Ik wil een ​koning​ over mij aanstellen, zoals al de volken die rondom mij zijn, dan moet u voorzeker hem tot ​koning​ over u aanstellen die de Eeuwige, uw God, verkiezen zal’.

Deze formulering doet denken aan wat in de eerdere parasja Re’ee stond over vlees (Devariem 12:20 ev): ‘Wanneer de Ene, uw God, uw gebied ruim gemaakt heeft, zoals Hij tot u gesproken heeft, en u zegt: Ik wil vlees eten, omdat uw ziel ernaar verlangt om vlees te eten, dan mag u naar het volle verlangen van uw ziel vlees eten.’  Rav Kook (Rabbi Abraham Isaac Hakohen Kook,1865-1935) hoorde in de formulering van deze zinsneden een licht verwijt doorklinken; met tegenzin stond de Ene het eten van vlees toe, als concessie aan de mensen. Een gelijk verwijt kunnen we bespeuren in deze bepaling over de koning. Het ‘koningschap’ van de Ene zal de stammen van Israël niet genoeg zijn. Mosjee voorziet dat ooit het volk zwak zal zijn en het koningschap in een fysiek persoon belichaamd wil zien. De aanstelling van een koning is dan ook geen mitswa (verplichtend voorschrift), maar een permissie, zoals de Oude Wijzen concluderen. (2)

De bepalingen over de koning vinden een parallel in Tenach als de oude Samuel (Sjemoeël) van de oudsten van Israël te horen krijgt (1 Samuel 8:5):’ Zij zeiden tegen hem: Zie, u bent oud geworden en uw zonen gaan niet in uw wegen. Stel daarom een ​koning​ over ons aan om ons leiding te geven, zoals alle volken’. Waarschijnlijk stamt de vastlegging van de bijna gelijkluidende regels in Devariem dan ook uit de tijd van Samuel of zelfs ver daarna.

In Sjemot/Exodus en Bamidbar/Numeri gaat de Eeuwige nog in de strijd voorop, gesymboliseerd in de heilige ark die door de Levieten voor de marsorde uit wordt gedragen.(3) Nog steeds zingt men in de eredienst vooraf aan het ronddragen van de sefer Tora de woorden die Mozes​ zei bij het opbreken van de ​ark​ (Bamidbar 10:35)​: ‘Sta op, Eeuwige, laat Uw vijanden overal verspreid worden en hen die U haten, van Uw aangezicht vluchten!’. Maar in de tijd van Samuel had de heilige ark na de rampzalige nederlaag te Even Ha-ezer gefaald en was in het bezit van de Filistijnen gekomen. Men is gaan beseffen dat de heilige ark niet een panacee was om de vijanden op de vlucht te jagen. Een vervallen en corrupte priesterstand en een steeds terugkerende toewending naar de afgoden van de buren had de presentie van de Eeuwige van de ark losgemaakt. Weliswaar was de ark door de Filistijnen teruggebracht, maar het object bleef bij de grens in het huis van Aminadav; het had zijn centrale plaats verloren. Wel had de latere koning David de ark nog teruggebracht en stond hij in de tempel die Salomo (Sjelomo) had gebouwd, maar na de verwoesting van de eerste tempel is hij in de mist der tijden verdwenen. (4)

De Israëlieten wilden iets anders in plaats van een periodieke leiding in noodgevallen door richteren, die zich geraakt voelden door de geest van de Eeuwige. Ze vroegen van Samuel nu een permanente leiding door een vleselijke koning om voorop te gaan in oorlogstijd en te heersen in vredestijd. De oude profeet bood eerst tegenstand. Hij zag in het verzoek een verwerping van het koningschap van de Ene (1 Sam 8,7). Hij schildert in een paar schrille beelden een zeer realistische situatie van de menselijke koning die zijn onderdanen zal uitbuiten door een eindeloze reeks van dienstbaarheden en materiele eisen op te leggen (1 Sam 11-18). Maar dan ziet hij in, dat het volk nooit de voortdurende vroomheid zal kunnen opbrengen, die nodig is voor een koningloze semi-theocratische natie, een ideaal dat ook Plato zag stuklopen in de seculiere versie van zijn door filosofen geleide samenleving. Dat leidt dan tot Israëls eerste koning Saul (Sjaoel). De oude profeet/leider (10:25) ‘sprak tot het volk over de bepalingen met betrekking tot het koningschap, schreef ze op een ​boekrol, en legde die voor het aangezicht van de Eeuwige’. Er wordt niets gezegd over de inhoud van die boekrol, maar we kunnen een aanwijzing halen uit de bepalingen van Devariem 17:19-20): de koning mag geen buitenlander zijn, hij mag niet veel paarden hebben en die zeker niet door zijn landgenoten uit Egypte laten halen, hij mag niet veel vrouwen nemen (18 is het maximum, zegt de midrasj, want dat was het aantal vrouwen van David) en niet al te veel zilver en goud (maar wel genoeg om de soldaten te betalen, aldus Rasji). En last but not least: hij moet een Tora rol schrijven, die alle dagen lezen en zich aan diens voorschriften houden. Ik gok erop, dat deze voorschriften voor de koning pas goed op schrift zijn gesteld na het regiem van koning Salomo (Sjelomo), die gaandeweg zijn leven te midden van veel te veel goud en zilver en veel te veel vrouwen de weg kwijtraakte en zich door hen van het rechte pad liet brengen.

We zien een toenemende scheiding van geest en volksleiding. Was tijdens de uittocht en de woestijnreis de leiding nog ‘in handen’ van de Eeuwige middels zijn profetische tussenpersoon Mosjee die in voortdurend contact met Hem stond, in de tijd van de rechters was dit contact al minder en periodiek, in de tijd van Samuel ‘was het woord van de Eeuwige schaars en de gezichten niet talrijk’ (1 Samuel 3:1). Eigenlijk is de profeet Samuel de laatste in wie de geest en de volksleiding nog in één persoon verenigd was. Met de koningen van Israël is de politieke leiding verzelfstandigd en is het ‘woord van de Eeuwige en de gezichten’ afgesplitst en voorbehouden aan een nieuwe gedaante, die nog wel in verbinding staat met de oorspronkelijke essentie van de Mozaïsche openbaring: de eenzame profeet, die als een horzel de gevestigde leiding volgt en soms met gevaar voor eigen leven maar ongeneeslijk geraakt door de geest van de Ene de misstanden en de afdwaling van de koning en zijn onderdanen volgt en aan de kaak stelt, zoals eerst Natan bij koning David en later Hosjea, Amos, Jesaja en Jeremia en anderen tot met Malachi deze fase wordt afgesloten.

In het reguliere Jodendom wordt de profetie als een afgesloten hoofdstuk beschouwd. De tekst van de Tora staat sinds de laatste eeuwen voor de gewone jaartelling – bewerkt door de de Masoreten van ongeveer 1000 van de gewone jaartelling – vast en niemand kan zich voor de uitleg van de Tora meer beroepen op een hemelse openbaring, dat is ook de boodschap van een bekende midrasj uit de talmoedische tijd (5). Men achtte de tijd van de profetie voorbij Het is aan de Tora-geleerden om in hun intersubjectieve discours de boodschap van de Ene verder te duiden en uit te werken.
Is profetie nu werkelijk helemaal uitgestorven? 

Maimonides, die overigens wel de evolutionaire achteruitgang van de menselijke gave van profetie constateert, is toch wat optimistischer. Evenals de Talmoedische wijzen ziet de oude middeleeuwse meester dromen als een onvolmaakte uiting van profetische verbeelding: ‘… en zij (de rabbijnen) herhaalden het idee in de Midrasj Beresjiet Rabba en zeiden “dromen zijn de knoppen van profetie”. Maar een waarlijk wijs en verheven mens zou na een studieuze voorbereiding in principe nog kunnen profeteren, mits de Ene hem dan daarvoor uitverkiest. (6)

 noten
(1) In mijn boek Reizen door de Tora, deel 2 en op mijn website ben ik uitgebreid ingegaan op de andere aspecten van de parasja Sjoftiem
(2) Zie Nechama Leibowitz, Studies in Devarim, WZO, p.175 ev
(3) Het volgende is mede geïnspireerd door M. Buber, Het geloof der profeten, Servire, 1072 hfst V
(4) Of is hij tijdens de regering van Menasje naar het Egyptische Elefantine gebracht en van daar door de Tempeliers naar Axum in Etjiopie, zoals de orthodoxe Ethipische christenen geloven en Graham Hancock in een documentaire uit 1993 beweert?
(5) Babylonische Talmoed Bava Metzia 59b
(6) Mozes Maimonides, Guide of the perplexed, II, XXXIII-XLVIII

 


 

 

 

Wilt u reageren op dit commentaar? Graag! Klik hier.