Parasha van de Week

Onder de tabs in de rechterkolom vindt u eerder verschenen overdenkingen, verdeeld over de vijf boeken van de Tora.


Parasja Devariem

Onpartijdige rechtspraak is de hoeksteen

van een samenleving

door Rob Cassuto

Devariem/Deuteronomium 1:1–3:22

Het boek Devariem/Deuteronomium is een compositie van de laatste redevoeringen die Mosjee vlak voor zijn dood voor zijn volk heeft gehouden. Het boek begint met de gelijknamige parasja. Het volk van Israël is na ruim veertig jaar omzwervingen gelegerd bij de Jordaan, klaar om de rivier over te steken. Mosjee beklimt als het ware het spreekgestoelte en begint zijn laatste redevoeringen met een terugblik op de afgelopen veertig jaar. (1)

Het is niet toevallig, dat de oude leider zijn lange terugblik begint met het memoreren van de aanstelling van rechters (1:12-18) en de eis dat zij onpartijdig moeten oordelen. Een natie kan pas goed functioneren als er een rechtssysteem is. Het is van levensbelang om een onafhankelijke rechtspraak te hebben. Dat wordt al in de Tora meermalen naar voren gebracht, zoals ook hier.

Devariem11:3: ‘Geef voor uzelf, ingedeeld naar uw ​stammen, wijze, verstandige, ervaren mannen (anasjiem chachamiem, we-navoniem, widoe’iem), dan zal ik hen tot hoofd over u aanstellen. (…) 16Ik beval in die tijd uw rechters: Luister naar de geschillen tussen uw broeders, en oordeel ​rechtvaardig​ tussen een man, zijn broeder en de ​vreemdeling​ die bij hem is.’

Dat Mosjee dit als eerste in de herinnering terugroept benadrukt, hoe een onpartijdige rechtspraak voor een samenleving de hoeksteen is van rechtvaardigheid en vrede. Je kan er zeker van zijn, dat in staten, waar dictators of oligarchieën de dienst uitmaken het er met de rechtspraak slecht voorstaat. Voortdurende corrupte rechtspraak leidt tot opstand en anarchie.

In vers 17 staat er nog eens heel uitdrukkelijk: ‘U mag niet partijdig zijn in de ​rechtspraak: zowel de kleine als de grote moet u aanhoren. U mag voor niemand bevreesd zijn, want de ​rechtspraak​ behoort aan God. Maar de zaak die voor u te moeilijk is, moet u bij mij brengen en ik zal die aanhoren’.

‘U mag niet partijdig zijn’ (lo takiroe paniem be-misjpat) leest Rasji op zijn eigen wijze (2) - als slaande op de benoeming van rechters; hij zegt: ‘deze bepaling is gericht op hem, wiens taak het is om rechters te benoemen – zodat hij niet gaat zeggen, meneer die-en-die is een mooie of sterke man; meneer die-en-die is mijn familie, ik maak hem rechter in de stad etc.’
De oude middeleeuwse meester legt hier de vinger op een zere plek: het voortdurend loerend gevaar om de benoeming van rechters te politiseren. Het lijkt wel of in dit tijdsgewricht waarin sommige naties verontrustende antidemocratische verschuivingen te zien geven aantasting van de onafhankelijkheid van rechters aan kracht wint. Wie denkt niet onmiddellijk aan de rechters in het Poolse hooggerechtshof, die voortaan benoemd worden door een commissie met een meerderheid van partijgenoten van de Poolse president (de nationaal-conservatieve regeringspartij Recht en Rechtvaardigheid (sic!)). Wie volgt niet met verbazing de politieke spelletjes rond de benoeming van opperrechters in het Amerikaanse Supreme Court, waar nu voortaan jarenlang een onwrikbare conservatieve meerderheid voorspelbare conservatieve uitspraken zal doen.
 

'Zowel de kleine als de grote moet u aanhoren’ is een adagium, dat in alle tijden gelding heeft. Rasji concretiseert, dat de zaak van de kleine man om een gering geldbedrag evenveel aandacht moet krijgen als de zaak van een rijk man om een grote som gelds, waarmee de commentator de Talmoeddiscussie samenvat (3).
‘U mag voor niemand bevreesd zijn’, duidt de Talmoed begrijpelijkerwijs als een oproep je mening niet voor je te houden uit angst voor (een machtig) iemand, wat denk ik tegelijk in sommige politieke omstandigheden grote moed vereist.

In Nederland mogen we ons verheugen in een behoorlijk functionerende onafhankelijke rechtspraak. In het democratische Israël is bij gebreke van een grondwet het hooggerechtshof een onmisbare corrigerende factor in het complexe politieke landschap. Het hof heeft de bevoegdheid om wetten die het onconstitutioneel acht ongedaan te maken. Voor sommige (ultra)conservatieve en nationalistische fracties is het hof een sta in de weg om hun politiek door te voeren. Het is dan ook hoogst bedenkelijk, dat ook in de Joodse staat een wetsontwerp dat de bevoegdheid van het hof wil inperken veel kans maakt in de Knesset.(4)

noten
(1) In mijn boek Reizen door de Tora, deel 2 en op mijn website ben ik uitgebreid ingegaan op de andere aspecten van het boek en de parasja Devariem.
(2) Waarschijnlijk leest hij het zo omdat in het vervolg de onpartijdigheid van de rechters al voldoende naar voren komt en bovendien is die onpartijdigheid ook al gewaarborgd in Devariem 16:18-19, waar de instelling van rechters nog eens is opgetekend en waar staat: U mag het recht niet buigen. U mag niet partijdig zijn en geen geschenk aannemen, want een geschenk verblindt de ogen van wijzen en verdraait de woorden van rechtvaardigen’.
(3) Zie Rasji ad loc en Talmoed Sanhedrin 8a.
(4) Zie bijv. Israel Hayom van 7 mei jl.

Wilt u reageren op dit commentaar? Graag! Klik hier.