Column Harry Polak

Ezra

door Harry Polak

Bij interreligieuze dialoogactiviteiten is het onder meer de bedoeling dat je elkaars levensovertuiging leert kennen. Bijvoorbeeld: christenen komen meer te weten over de islam en andersom. Voor mij als liberale jood gold dat uiteraard ook. Toen ik nog in Nederland woonde, ben ik zo via de dialoog veel meer te weten gekomen over o.a. islam, christendom en andere religies. Ook over humanisme en boeddhisme. Regelmatig werd je als het ware een spiegel voorgehouden. Hoe anderen tegen allerlei zaken aankijken, sloeg enigszins terug op hoe jij tegen diezelfde zaken aankeek. Het was interessant of zelfs leerzaam.

Doch het overkwam me ook dat gelovigen van een andere religie meenden meer over mijn religie te weten dan ikzelf. Mij werd dan gezegd dat ik het fout had. Zoals ik over het jodendom dacht, was helemaal onjuist. Het jodendom zat anders in elkaar, werd mij in volle overtuiging gezegd. Er was geen speld tussen te krijgen.

Hierna één voorbeeld daarvan. Er zijn echter meer voorbeelden te geven van wat ik tegenkwam in de praktijk van de dialoog.

Moslims beschouwen hun religie als de laatste overlevering. Mohammed is de laatste profeet. Ook jodendom en christendom zijn respectabele religies volgens de islam. Alleen  omvatten die niet het ware woord van God of Allah. Althans, deze godsdiensten die vóór de islam kwamen, verdienen correcties.

Eén van de centrale geloofspunten van de islam is dat er één God (Allah) is. In de ogen van moslims is de heilige Drie-eenheid, waarvan het christendom getuigt, in wezen niet monotheïstisch. God kan geen zoon hebben. Jezus wordt door moslims gezien als profeet, niet als goddelijk.

Het jodendom is net als de islam strikt monotheïstisch. Echter, moslims zien dat niet zo. In de Koran wordt gesteld dat Ezra, die het jodendom nieuw leven inblies na de eerste ballingschap in Babylonië, door joden zou worden gezien als “zoon van God”. Er zijn moslims die uit de Koran menen te kunnen afleiden dat álle Joden dat vinden. Anderen gaan niet zo ver: alleen een bepaalde groep joden zou die overtuiging hebben (gehad).

Wat mij betreft was dat toch een wat onaangename ervaring. Als ik als jood niet zelf mag aangeven hoe wij Ezra zien in de joodse traditie, nl. als een belangrijke profeet, doch niet meer dan dat, en anderen het beter menen te weten dan is het eind zoek.

Dit heeft geen betrekking op je eigen religie mooier voorstellen dan die is, of iets dergelijks. In dit geval heeft het ermee te maken dat je eigen identiteit in wezen geweld wordt aangedaan. Niet jij maakt uit hoe je levensovertuiging en je tradities in elkaar steken, nee, het zijn anderen die dat voor je doen. Nota bene op basis van hun heilige geschrift!

Je overtreedt dan een basisregel uit de interreligieuze dialoog: de ander in zijn of haar waarde laten. In de dialoog gaat het niet om “gelijk”. De oplossing dient zich ook aan: de ander kan niet goed begrepen zijn of in dit geval: het zou (!) alleen een bepaalde Joodse stam uit die tijd zijn geweest die Ezra niet zag als een gewone, zij het niet onbelangrijke profeet.  

5 november 2020